ONDERZOEKPLAN Enschede/Den Haag, 29 juni 2000
www.13mei2000.nl
2Voorwoord De vuurwerkontploffing op 13 mei 2000 in Enschede betekent een ramp van uitzonderlijk formaat. Deze ramp heeft een aantal indringende vragen opgeroepen. De betrokken overheden besloten al in de eerste dagen na de ontploffing tot een grondig onderzoek, op te dragen aan een onafhankelijke commissie. Daartoe is op 26 mei 2000 de Commissie onderzoek vuurwerkramp ingesteld en geïnstalleerd. De commissie heeft zich in de weken na haar installatie gebogen over de vraag hoe zij haar opdracht zal aanpakken. Het resultaat van deze oriëntatie is dit onderzoekplan. Het plan bevat de doelstellingen van de commissie, en de hoofdlijnen van de manier waarop zij zich voorstelt om haar taak uit te voeren. Op basis van dit plan gaat de commissie verder aan de slag. In het plan staat onder meer aangegeven dat de commissie zich wil openstellen voor ieder die zich tot haar wil wenden met informatie die voor haar werk van belang kan zijn. Wanneer deze ontvangen informatie daartoe aanleiding geeft, zal de commissie de verdere aanpak van haar werkzaamheden aanpassen. De commissie stelt het op prijs eventuele suggesties en andere opmerkingen naar aanleiding van dit onderzoekplan te ontvangen. Ook deze reacties zal de commissie graag betrekken bij de verdere vormgeving en de uitvoering van haar onderzoekactiviteiten.
www.13mei2000.nl
3I. DE COMMISSIE ONDERZOEK VUURWERKRAMP: TAAK EN DOELSTELLINGEN De vuurwerkramp In de middag van zaterdag 13 mei 2000 vond bij het vuurwerkbedrijf SE Fireworks aan de Tollensstraat in Enschede -Noord een zeer zware vuurwerkontploffing plaats, die aan 18 mensen - onder wie vier brandweermannen - het leven kostte, en tot gevolg had dat drie personen worden vermist. Meer dan 900 personen raakten gewond, van wie een aantal ernstig. Volgens opgave van de gemeente Enschede werden 200 woningen en 84 bedrijven en kunstenaarsateliers totaal verwoest. Daarnaast raakten 280 woningen en 23 bedrijfsgebouwen zwaar beschadigd. Volgens recente schattingen is voor bijna een miljard gulden materiële schade aangericht. In het rampgebied zelf woonden 5.300 mensen. Een aantal van hen raakte door de ramp al of bijna al zijn bezittingen kwijt. Al direct na de ramp drong zich de klemmende vraag op: hoe kon dit gebeuren? Van verschillende kanten werd aangedrongen op een onafhankelijk en integraal onderzoek, dat zo spoedig mogelijk zou moeten worden ingesteld. Nog in het weekend van de ramp werd door de betrokken overheden besloten dat er een onafhankelijke commissie zou worden ingesteld, die onderzoek zou moeten doen naar de ramp in al haar aspecten. De onderste steen moest boven komen. Commissie onderzoek vuurwerkramp Bij gezamenlijk besluit van 26 mei 2000 stelden het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede, het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel alsmede de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties - in overleg met de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Verkeer en Waterstaat, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Defensie en van Justitie - de Commissie onderzoek vuurwerkramp in. Het college van Burgemeester en Wethouders van Enschede voldeed daarmee aan de verplichting op grond van artikel 2b van de Wet rampen en zware ongevallen om te zorgen voor een volledige analyse van de ramp. De Commissie onderzoek vuurwerkramp bestaat uit de volgende zes leden: ?? mr. dr. M. Oosting (tevens voorzitter) ?? mevrouw drs. M.B.C. Beckers-de Bruijn; ?? ir. M.E.E. Enthoven; ?? prof. mr. J. de Ruiter; ?? prof. dr. T.J.F. Savelkoul; ?? mevrouw drs. Y.I. Tümer.
www.13mei2000.nl
4Drs. N.F. Roest is benoemd tot secretaris van de commissie. De commissie heeft mr. H.J.I.M. de Rooij aangetrokken als projectleider van het onderzoek. De commissie is op 26 mei 2000 binnen twee weken na de ramp - geïnstalleerd in het gemeentehuis van Enschede door drs. J.H.H. Mans, burgemeester van Enschede, mr. J.A.M. Hendrikx, Commissaris van de Koningin in Overijssel en mr. K.G. de Vries, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij benadrukten de volstrekte onafhankelijkheid van de commissie. Taak van de commissie In het instellingsbesluit (zie bijlage) is bepaald dat de commissie allereerst tot taak heeft onderzoek te doen naar de oorzaak, de toedracht en de bestrijding van de vuurwerkontploffing en de directe gevolgen daarvan, alsmede naar de organisatie en eerste uitvoering van de zorg voor de door de ramp getroffenen. In het besluit is aangegeven dat bij het onderzoek in ieder geval worden betrokken: ?? de milieuveiligheid, de veiligheid voor de omgeving en de ruimtelijke ordening; ?? de volksgezondheid, waaronder de nazorg; ?? de openbare veiligheid en de rampenbestrijding. Voorts is bepaald dat het onderzoek zich ook uitstrekt tot de geldende regelgeving en de toepassing daarvan, alsmede dat de commissie de gebeurtenissen voor, tijdens en na de ramp in onderlinge samenhang onderzoekt, en dat zij daarbij tevens het optreden van de betrokken overheden betrekt. Het instellingsbesluit geeft de commissie de volledige vrijheid het onderzoek naar haar eigen inzicht in te richten. Doelstelling van de commissie Uitgaande van haar opdracht stelt de commissie zich het volgende ten doel: ?? Waarheidsvinding De commissie wil op basis van zorgvuldig onderzoek vaststellen wat er precies is gebeurd, en met name een zo goed mogelijk inzicht verkrijgen in de oorzaken en omstandigheden die tot de fatale vuurwerkontploffing hebben geleid, alsmede in de manier waarop is gehandeld jegens degenen die op enigerlei wijze door de ramp zijn getroffen. ?? Vaststellen verantwoordelijkheden en beoordeling De commissie wil, voor elke fase, vaststellen wie waarvoor verantwoordelijk is, en beoordelen hoe met de onderscheiden verantwoordelijkheden is omgegaan.
www.13mei2000.nl
5?? Trekken van lessenDe commissie zal nagaan welke lessen uit de ramp kunnen worden getrokken, met name voor ramppreventie en rampbestrijding, en voor de wetgeving. ?? Bijdragen aan verwerking Ten slotte hoopt de commissie dat haar onderzoek een bijdrage zal kunnen zijn aan de verwerking van de ramp. De commissie realiseert zich in dit verband dat de ramp bij velen een ernstige inbreuk heeft gemaakt op hun vertrouwen in de overheid. Onderzoek en evaluatie van de ramp, en eventuele maatregelen op grond van de lessen van de ramp, kunnen hopelijk bijdragen aan herstel van vertrouwen.
www.13mei2000.nl
6II. HOOFDLIJNEN ONDERZOEK Structuur van het onderzoek De commissie is gevraagd om een integraal en diepgaand onderzoek. Het werkterrein van de commissie, zoals neergelegd in haar opdracht, is zeer breed. Voor de aanpak van haar taak heeft de commissie dit werkterrein ingedeeld in een aantal hoofdgebieden. Elk daarvan zal een deelproject worden in het onderzoek van de commissie. Het zijn: ?? Veiligheid ?? Vergunningverlening ?? Rampenplan, rampbestrijding, openbare veiligheid en openbare orde ?? Gezondheidszorg ?? Praktische hulpverlening Elk van deze vijf gebieden wordt hierna kort uitgewerkt. Uiteraard zal de commissie goed de samenhang tussen de vijf deelprojecten in het oog houden. Het eindverslag moet immers een samenhangend beeld geven. Een tweetal themas - communicatie en organisatie/coördinatie loopt als een rode draad door elk van de vijf deelprojecten. Gezien het belang van deze themas zullen zij specifieke aandacht krijgen. Het thema communicatie betreft de communicatie binnen de overheid en tussen de hulpverlenende instanties, en de uitwisseling van informatie tussen de overheid en burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dat laatste omvat onder meer de informatieverstrekking vanuit de gemeente aan de buurtbewoners over de aanwezigheid van het vuurwerkbedrijf, de informatieverstrekking door gemeente, politie, brandweer, andere hulpverleners en rampenzender in het eerste stadium na de ontploffing, waaronder de informatielijn, en de informatieverstrekking aan de getroffenen in de periode na de ramp. Bij dit alles zal specifieke aandacht uitgaan naar de communicatie met getroffenen van niet-Nederlandse herkomst. Bij het thema organisatie/coördinatie gaat het zowel om het functioneren van bestaande instanties en diensten als om de organisatie en het functioneren van na de ramp gevormde projectstructuren, en om hun interne en externe coördinatie en samenwerking.
www.13mei2000.nl
7Aanpak van het onderzoek De aanpak van het onderzoek, en van elk van de vijf deelprojecten daarbinnen, kent een drieslag: Beschrijving De commissie streeft naar een precies beeld van de relevante gebeurtenissen en handelingen van betrokken actoren van vóór, tijdens en na de ramp. Bij deze beschrijving zullen feiten en meningen goed moeten worden onderscheiden. Analyse De feitelijke gang van zaken zoals die is gereconstrueerd, zal vervolgens nauwkeurig worden geanalyseerd, onder meer om een zo scherp mogelijk beeld te krijgen van de verantwoordelijkheden in verband met de ramp. Beoordeling De commissie zal de onderzochte handelingen ook beoordelen. Voor die beoordeling is een aantal criteria van belang, zoals: zorgvuldigheid; tijdigheid; volledigheid; duidelijkheid; effectiviteit. Deze criteria zullen worden gehanteerd al naar gelang de desbetreffende gedraging daartoe aanleiding geeft. Bijzondere aandacht zal steeds uitgaan naar knelpunten. Beoordeling van onderzocht handelen en/of nalaten betekent met name het geven van een oordeel over de wijze waarop de verschillende verantwoordelijkheden zijn gedragen. Dit moet wel worden onderscheiden van eventuele conclusies op het punt van schuld en aansprakelijkheid van betrokkenen, in verband met mogelijke strafrechtelijke of civielrechtelijke verwijtbaarheid jegens hen, of van hun politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheid. De rapportage van de commissie kan aanleiding geven tot dergelijke conclusies. Het al dan niet formuleren ervan is
www.13mei2000.nl
8echter niet aan de commissie, maar aan anderen, met name de strafrechter of de burgerlijke rechter, of de betreffende vertegenwoordigende lichamen. De vijf deelprojecten Hieronder zal elk van de vijf deelprojecten kort worden aangeduid, naar object, doel en kernvragen. Deze kernvragen zullen nader worden gepreciseerd en ingevuld binnen het kader van de operationele uitwerking van de afzonderlijke deelprojecten. 1. Veiligheid Object Het deelproject veiligheid betreft de veiligheidssituatie bij SE Fireworks vóór, tijdens en kort na de brandmelding, de oorzaak en de toedracht van de ontploffing, de externe veiligheidsmaatregelen rondom en na de ontploffing, alsmede de vuurwerkketen in het algemeen en de specifieke positie van SE Fireworks daarin. Doel Doel van dit deelproject is het beschrijven, analyseren en beoordelen van de veiligheidsrelevante omstandigheden en gebeurtenissen die tot de ramp hebben geleid, en wel tegen de achtergrond van de veiligheidsaspecten van de vuurwerkketen in het algemeen en de vuurwerkbranche in Nederland en internationale ervaringen. Kernvragen Centraal in het deelproject veiligheid staat de vraag hoe de ramp kon gebeuren. Onder meer zal een zo nauwkeurig mogelijk beeld moeten worden verkregen van de inrichting van het bedrijf en de aard van de productieprocessen, de inhoud en organisatie van het bedrijfs-interne rampenplan, de op de dag van de ontploffing aanwezige voorraden, de structuur en organisatie van het bedrijf, de feitelijke oorzaak van de ontploffing en de ontwikkeling van de ramp. Ook de vuurwerkbranche in Nederland, alsmede de vuurwerkketen in Nederland en de positie van SE Fireworks daarin komen in dit deelproject aan de orde. Voorts zal aandacht worden besteed aan de milieumetingen die kort na de ontploffing zijn verricht. 2. Vergunningverlening Object Het deelproject vergunningverlening betreft de bestuursrechtelijke kaders die golden voor SE Fireworks, in het bijzonder de vergunningverlening aan de inrichting.
www.13mei2000.nl
9Doel Het doel van dit deelproject is het beschrijven, analyseren en beoordelen van de bestuursrechtelijke kaders die van toepassing waren op het bedrijf. Kernvragen Belangrijke vragen die in dit deelproject aan de orde komen, betreffen de voor de inrichting geldende vergunningen en hun totstandkoming, de toereikendheid van de aan deze vergunningen verbonden voorschriften, alsmede het toezicht op de naleving van de vergunningvoorschriften. In verband met de totstandkoming van de vergunningen zal de aandacht onder meer uitgaan naar de aanvraag, naar het informeren van de samenleving, in het bijzonder de directe omgeving van het bedrijf, naar de advisering, naar de besluitvorming over de (continuering van de) vestiging van het bedrijf op de bewuste locatie bezien vanuit de optiek van de ruimtelijke ordening, en naar de betrokkenheid van bestuurders bij de vergunningverlening aan SE Fireworks. Een en ander zal worden bezien tegen de achtergrond van de bestuurlijk-ambtelijke praktijk in Enschede op de beleidsterreinen milieu en ruimtelijke ordening. Dit deelproject zal verder worden uitgevoerd tegen de achtergrond van de geldende wetgeving met betrekking tot vuurwerk.
www.13mei2000.nl
10 3 Rampenplan, rampbestrijding, openbare veiligheid en openbare orde Object Het deelproject rampenplan, rampbestrijding, openbare veiligheid en openbare orde betreft het rampenplan van de gemeente Enschede en de bestrijding van de ramp, een en ander onder meer bezien in samenhang met de openbare veiligheid als aspect van het optreden van de overheid en eventuele anderen bij een calamiteit, alsmede met de openbare orde, en de rol van de politie daarbij. Doel Het doel van dit deelproject is het beschrijven, analyseren en beoordelen van het rampenplan, van de voorbereiding door de autoriteiten en de hulpdiensten op een eventuele ramp, mede op basis van lessen uit eerdere grote rampen in ons land, en van de wijze waarop na de ontploffing is gehandeld ter bestrijding van de ramp, gelet op het plan. Daarnaast heeft dit deelproject ten doel om de wijze waarop door de betrokken autoriteiten en diensten is zorggedragen voor de openbare veiligheid en de handhaving van de openbare orde rondom en na de ontploffing te beschrijven, te analyseren en te beoordelen. Kernvragen Kernvragen die in dit deelproject aan de orde komen, betreffen het gemeentelijk rampenplan als zodanig en de uitvoering daarvan, de wijze waarop de verschillende betrokken brandweerkorpsen zijn opgetreden, het optreden van andere hulpdiensten direct na de ontploffing, alsmede de wijze waarop de politie na de brandmelding is opgetreden, ter handhaving van de openbare orde waaronder begrepen de rechtsorde en in het kader van haar hulpverleningstaak. 4. Gezondheidszorg Object Het deelproject gezondheidszorg betreft alle aspecten die samenhangen met volksgezondheid in relatie tot de ramp. Het gaat daarbij zowel om de voorbereiding op een eventuele ramp, de gang van zaken rondom en direct na de ontploffing, alsmede de zorg voor de lichamelijke en de psycho-sociale gezondheid van betrokkenen bewoners, ondernemers en hulpverleners - in de periode daarna.
www.13mei2000.nl
11 Doel Het doel van dit deelproject is het beschrijven, analyseren en beoordelen van de relevante gebeurtenissen en handelingen op het terrein van de volksgezondheid in relatie tot de ramp, waaronder de organisatie en eerste uitvoering van de nazorg. Kernvragen Kernvragen in dit deelproject betreffen de geneeskundige hulpverlening tijdens en na de ramp, en de arbeidsgeneeskundige zorg voor de professionele hulpverleners bij de ramp. In dit deelproject zal ook aandacht worden besteed aan de psycho-sociale gevolgen van de ramp en hun aanpak, alsmede aan het bevolkingsonderzoek dat na de ramp is uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Behalve het handelen van publieke actoren zal ook het optreden van actoren uit de private sector (met name ziekenhuizen, huisartsen en ambulancediensten) in het onderzoek worden betrokken. 5. Praktische hulpverlening Object Het deelproject praktische hulpverlening betreft de activiteiten die de verschillende instanties hebben ondernomen om praktische hulp te bieden aan de getroffen bewoners, en waar nodig aan de betrokken hulpverleners, met name op het terrein van huisvesting en financiën, alsmede de activiteiten tot het verlenen van hulp aan getroffen ondernemers en kunstenaars. Doel Doel van het deelproject praktische hulpverlening is om te komen tot een beschrijving, analyse en beoordeling van de totstandkoming en toereikendheid van de geboden hulp aan de verschillende doelgroepen, en van de effectiviteit van de daarvoor gecreëerde organisatorische voorzieningen. Kernvragen In het kader van dit deelproject zullen onder andere vragen aan de orde komen over de eerste opvang van betrokkenen, over de maatregelen die zijn getroffen op het terrein van financiën, vervangende huisvesting, wederopbouw, sociale zaken en rechtsbijstand, alsmede over de uitvoering van deze maatregelen. Bijzondere aandacht zal uitgaan naar de openstelling en het functioneren van het Informatie- en Adviescentrum. Verder komen vragen aan de orde naar de positie en de behandeling van bedrijven en kunstenaars die
www.13mei2000.nl
12 door de ramp zijn getroffen, onder meer op het punt van hun financiële situatie en van de continuïteit van hun actviteiten.
www.13mei2000.nl
13 III. UITVOERING ONDERZOEK Afstemming tussen de commissie en het openbaar ministerie en de politie, alsmede de rijksinspecties De uitvoering van het onderzoek van de commissie vraagt om goede afstemming met zowel het openbaar ministerie en de politie, als met de rijksinspecties. Direct na de ramp is het openbaar ministerie een uitvoerig strafrechtelijk onderzoek begonnen. Daarnaast zijn, op grond van de voor hen geldende wetten, acht verschillende inspecties elk een onderzoek begonnen naar verschillende aspecten van de ramp. Dit zijn: ?? de Arbeidsinspectie; ?? de Rijksverkeersinspectie; ?? de Inspectie Milieuhygiëne; ?? de Inspectie Ruimtelijke Ordening; ?? de Inspectie Volkshuisvesting; ?? de Inspectie voor de politie; ?? de Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding; ?? de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De commissie heeft werkafspraken gemaakt met het openbaar ministerie en met de politie, alsmede met de genoemde inspecties. Deze afspraken beogen de tijdige verstrekking van alle relevante informatie aan de commissie. Verder moeten zij voorkomen dat het horen van personen ongecoördineerd plaatsvindt. Het strafrechtelijk onderzoek vindt plaats door en onder het gezag van het openbaar ministerie. Openbaar ministerie en commissie hebben in een protocol afspraken vastgelegd over informatie-uitwisseling. Aldus is bepaald op welke wijze en onder welke voorwaarden het openbaar ministerie en de politie informatie die tijdens het strafrechtelijk onderzoek is en wordt verkregen aan de commissie zullen verstrekken. Uitgangspunt daarbij is dat de commissie alle informatie kan verkrijgen die van belang is voor haar onderzoek. Relevante informatie uit politieregisters die niet wordt betrokken bij het strafrechtelijk onderzoek zal eveneens voor de commissie beschikbaar zijn, op basis van een desbetreffende beschikking van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie van 16 juni 2000. In het instellingsbesluit van de commissie is voorzien in de overdracht van informatie door de inspecties aan de commissie. De inspecties dienen de voorzitter van de commissie de aanpak en de vorderingen van hun onderzoekwerkzaamheden in het kader van de vuurwerkramp te melden, en hem de resultaten van hun werkzaamheden onverwijld ter beschikking te stellen. Een en ander is nader vastgelegd in het Plan van aanpak afstemming rijksinspectie-onderzoeken naar vuurwerkramp inEnschede, van 7 juni 2000. De Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding
www.13mei2000.nl
14 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties coördineert de verschillende inspectie-onderzoeken. Met elk van de inspecties is afgesproken dat zij de commissie ook tussentijds steeds op de hoogte zullen stellen van de voortgang van hun onderzoek, en dat zij hun onderzoekresultaten desgevraagd ook tussentijds aan de commissie zullen doen toekomen. De gegevens uit de hiervoor genoemde onderzoeken van de verschillende inspecties en van het onderzoek van het openbaar ministerie en de politie zijn voor de commissie belangrijke bronnen van informatie. De commissie ziet het als een onderdeel van haar taak om te beoordelen of de desbetreffende onderzoeken toereikend zijn geweest, en of, en in hoeverre, hun resultaten kunnen worden aanvaard als elementen voor het eindverslag van de commissie. In zoverre heeft de commissie een audit-functie. Hoofdlijnen van het onderzoek van de commissie De commissie gaat op basis van dit onderzoekplan verder met haar onderzoek in de vijf deelprojecten. Dat gebeurt via de volgende methoden van gegevensverzameling: ?? verzameling van al beschikbaar materiaal: schriftelijke en andere bronnen, en informatie uit de onderzoeken van de inspecties en van het openbaar ministerie en de politie; ?? gericht schriftelijk inwinnen van informatie; ?? verwerving van informatie via de hieronder nader te bespreken communicatie met betrokkenen; ?? interviews: met getroffenen, hulpverleners, bestuurlijk betrokkenen en deskundigen. Elk van de inspecties, alsmede het openbaar ministerie en de politie zullen de commissie tijdens hun onderzoeken voortdurend op de hoogte brengen van de intussen door hen verkregen informatie. Daarnaast zal de commissie zoveel als mogelijk al direct ook gegevens gaan verzamelen via de andere hiervoor genoemde methoden. Zodra de onderzoeken van de inspecties en van het openbaar ministerie en de politie daarvoor voldoende ver zijn gevorderd, zal de commissie nagaan of de resultaten van die onderzoeken al dan niet aanleiding geven tot contra-expertise. Voor die contra-expertise zal de commissie eigen deskundigheid inschakelen. Verder zal de commissie nagaan of er voor haar aanleiding is tot eigen onderzoekactiviteiten ten aanzien van vragen of onderwerpen die niet of onvoldoende aan de orde zijn gekomen in de onderzoeken van de inspecties en van het openbaar ministerie en de politie. Op het terrein van de gezondheidszorg en van de praktische hulpverlening zullen de betrokken overheidsinstanties en eventuele anderen nog een ruime periode na de ramp bezig zijn met de gevolgen van de ramp. De commissie moet echter zo snel mogelijk rapporteren. Zij zal daarom haar onderzoekactiviteiten op deze twee terreinen richten op de organisatie van de gezondheidszorg en van de praktische hulpverlening, en op de uitvoering daarvan gedurende de eerste periode na de ramp.
www.13mei2000.nl
15 Bijzondere onderzoekactiviteit: communicatie met betrokkenen Binnen haar onderzoek wil de commissie een bijzondere plaats geven aan contact met betrokkenen. Al bij haar installatie heeft de commissie aangekondigd dat zij zich wil openstellen voor ieder die zich tot haar wil wenden met informatie die voor het werk van de commissie van belang kan zijn. Gedacht kan hierbij worden aan waarnemingen, ervaringen, suggesties en kritiek, zowel van getroffenen als van hulpverleners, maar eventueel ook van anderen. Deze informatie kan signalen bevatten die voor de commissie van betekenis zijn voor de reconstructie van de gebeurtenissen, en voor de beoordeling daarvan. Al in het Voorwoord is aangegeven dat de informatie die de commissie langs deze weg verkrijgt, kan doorwerken op het verdere onderzoek. Onderkend moet worden dat het instellen en het werk van de commissie zelf voor de betrokkenen een element kunnen vormen in de verwerking van de ramp. Door zich voor hen open te stellen, wil de commissie zo goed mogelijk waarborgen dat niet naderhand belangrijke nieuwe vragen opkomen die al direct de vereiste aandacht hadden kunnen en moeten krijgen. De commissie wijst er met nadruk op dat zij geen hulpverleningsinstantie is en kan zijn. Uiteraard zal zij waar nodig naar beste vermogen personen doorverwijzen naar instanties die hun wel de nodige hulp kunnen bieden. Voor de hiervoor bedoelde communicatie met betrokkenen zijn verschillende wegen beschikbaar. Om de drempel zo laag mogelijk te houden, heeft de commissie besloten een vestiging in Enschede in te richten, naast een vestiging in Den Haag. In Enschede zal direct een eerste persoonlijk contact kunnen worden gelegd met medewerkers van de commissie. De commissie zal ervoor zorgen dat de mogelijkheid daartoe goed wordt bekendgemaakt. Verder is er natuurlijk telefonisch contact mogelijk. Ook kunnen meldingen ook worden gedaan via de website die de commissie heeft geopend: www.co-vuurwerkramp.nl. Vanzelfsprekend zal de commissie naast dit alles zelf de nodige initiatieven ontplooien om in contact te treden met betrokkenen.
www.13mei2000.nl
16 IV. PRAKTISCHE ONDERWERPEN Ondersteuning van de commissie De commissie wordt allereerst ondersteund door een eigen staf. Zij zal daarnaast voor haar onderzoekactiviteiten in de verschillende deelprojecten externe deskundigen inschakelen. Dat is intussen al gebeurd voor het deelproject veiligheid. Ook voor de hiervoor genoemde communicatie met betrokkenen heeft de commissie zich intussen al voorzien van ondersteuning door externe deskundigheid. De staf zal haar werkzaamheden voornamelijk verrichten in en vanuit Den Haag. De commissie heeft daar de beschikking gekregen over ruimte bij het CAOP, LangeVoorhout 11. Daarnaast zal, zoals hiervoor al is aangegeven, worden gewerkt vanuit de locatie in Enschede, Stationsplein 11. Deze locatie staat ook ter beschikking van externe deskundigen die de commissie inschakelt. Budget Het instellingsbesluit bepaalt dat de commissie alle benodigde middelen en ondersteuning ter beschikking worden gesteld.. In de personele sfeer zal de commissie financiële middelen nodig hebben in verband met de arbeidskrachten die zij inzet, in haar staf en door het inschakelen van deskundigen van buiten. Verder zal de commissie in de materiële sfeer de nodige uitgaven moeten doen. De operationele uitwerking van het onderzoekplan is op dit moment nog niet ver genoeg gevorderd om een enigszins betrouwbare raming mogelijk te maken van de benodigde middelen in de personele en materiële sfeer. Zodra op deze punten een nader beeld is verkregen, zal de commissie het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede, het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarover informeren. Tijdschema In het instellingsbesluit is bepaald dat de commissie "zo spoedig mogelijk, kan het zijn voor 1 november 2000" schriftelijk eindverslag uitbrengt. De commissie onderkent ten volle het belang van spoedige rapportage, en streeft er dan ook naar om haar werkzaamheden zo snel mogelijk af te ronden. Zij zal daarvoor haar uiterste best doen. Een garantie voor een einddatum is echter niet te geven. Voor de planning is van bijzonder praktisch belang dat de commissie voor een deel afhankelijk is van de voortgang van de onderzoeken door het openbaar ministerie en de politie en door de inspecties. De inspecties zullen, blijkens hun gezamenlijke plan van aanpak, naar verwachting in de week van 24 juli 2000 een reconstructie van de relevante activiteiten en gebeurtenissen gereed hebben. Op basis daarvan zullen de afzonderlijke inspecties uiterlijk in september 2000 hun onderzoekrapporten uitbrengen; het plan van aanpak bevat niet een meer precieze datum.
www.13mei2000.nl
17 Bij het afsluiten van de tekst voor dit onderzoekplan kon het openbaar ministerie nog geen zekerheid geven over het moment waarop het strafrechtelijk onderzoek door politie en openbaar ministerie zal zijn voltooid. Een en ander betekent dat de commissie, zeer tot haar spijt, op dit moment nog niet in staat is om aan te geven of zij op enig moment in de laatste twee maanden van dit jaar haar eindverslag zal kunnen uitbrengen. Zodra de commissie op dit punt nader houvast heeft verkregen, zal zij daarvan mededeling doen. De commissie zal de komende tijd nagaan of het zinvol en mogelijk is om tussentijds bepaalde deelrapportages uit te brengen. Dat zal afhangen van de voortgang van de deelprojecten, en van het antwoord op de vraag of één of meer van hen tot voldoende afgeronde deelrapportages kunnen leiden.
www.13mei2000.nl
18 Bijlage Besluit tot instelling Commissie onderzoek vuurwerkramp www.13mei2000.nl Index van dit rapport