|
Op maandag 6 mei 2002 stierf Pim Fortuyn door de handen van zijn
moordenaar. Bijna 2 jaar voor zijn dood schreef hij -5 dagen na de
Ramp- onderstaande column. Treffend en tekenend is het
voorspellende karakter, een teken dat hij precies doorhad hoe de
dingen in Nederland 'gaan'. Hoe graag zou hij dit willen
veranderen! Helaas is hem de gelegenheid ontnomen door een egoïst
en lafaard, die de vaderlandse geschiedenis beïnvloedt, met
moordende hand.


Pim schreef :
Gezond verstand
door Pim Fortuyn (1948-2002)
Verbijsterd zijn wij over de ramp in Enschede. In het meest aangeharkte land ter wereld, waar men voor de meest
pietluttige zaken vergunningen nodig heeft, kan dit gebeuren. Een opslagplaats van zwaar vuurwerk midden in een woonwijk.
Natuurlijk in een achterstandswijk en niet in een middenstands- of
villawijk. Heel jammer, want dan waren er nu natuurlijk al een aantal
dure advocaten in de weer om de onderste steen boven te halen en de
overheid in de beklaagdenbank te plaatsen, om af te dwingen dat alle
materiële maar ook immateriële schade tot twee cijfers achter de komma
door die overheid wordt vergoed. De bewoners van de getroffen achterstandswijk moeten genoegen nemen met gewiekste
verzekeraars, een lening van de kredietbank en slechte vervangende
woonruimte.
Uiteraard komt er een onafhankelijk onderzoek naar de oorzaak van de
ramp, het optreden van de autoriteiten en het naleven van vergunningen. Ook het Openbaar Ministerie bemoeit zich ermee en zal
onderzoeken of er sprake is van een misdrijf. Tenslotte heeft Minister
Pronk, nadat het kalf verdronken is, aangekondigd dat soortgelijke
opslagplaatsen in woonwijken op termijn moeten verdwijnen.
De echte oorzaak van deze ramp ligt elders. Die ligt bij het volledig
zoekraken van het gezond verstand in de volkomen verbureaucratiseerde structuur van het openbaar bestuur en de
overheidsdienstverlening. Zoveel is nu al duidelijk: de leiding van het
brandweercorps, althans hun bureaucraten, waren wel degelijk op de
hoogte van het feit dat hier een grootschalige opslagplaats was van
zwaar vuurwerk.
Die leiding heeft niet alleen nimmer geprotesteerd tegen die opslag, maar
bovendien verzuimd haar uitvoerend personeel en de bewoners ervan op de hoogte te stellen. Zo kon het gebeuren dat de brandweer uitrukte
en de spuitgasten konden denken met een niet bijzonder brandje van
doen te hebben. Zij namen dan ook geen maatregelen voor hun eigen veiligheid, die van de buurtbewoners en sensatiebeluste
toeschouwers. Gevolg: ontelbare gewonden, en tegen de twintig
doden, waaronder vier brandweerlieden.
Voor de dood van die vuurbestrijders draagt onze verbureaucratiseerde brandweerleiding de directe
verantwoordelijkheid. Een misdadig verzuim kan men dit noemen, maar
ze zullen het wel niet hebben geweten. Voor de opstelling van het
beleid in dit soort zaken en de controle daarop zijn -in meer of mindere
mate- niet minder dan tien overheidsinstanties verantwoordelijk. Zo'n
acht departementale diensten, het provinciebestuur en het gemeentebestuur en de daaraan gelieerde ambtelijke bureaucratische
diensten. De uitslag van het onderzoek is nu al te voorspellen.
Eenieder heeft een stukje van de verantwoordelijkheid en heeft in het
beste geval zijn deel van de procedure naar de regel afgehandeld. Niemand heeft de eindverantwoordelijkheid, dus is ook niemand aan te
spreken, en behoudens die van de brandweercommandant zullen er vast geen koppen rollen. De burgemeester kan tegen de Duitse pers
zeggen "Ich habe es nicht gewusst ", zonder dat hij aan de schandpaal
wordt genageld.
Integendeel, in de kranten verschijnen berichten dat hij een topper is in
het openbaar bestuur van ons land. Bovendien weet hij snel een brief
op tafel te leggen, waaruit blijkt dat de provincie het gevaar voor
grootschalige calamiteiten vanwege deze opslagplaats op nihil heeft
geschat. Dat is een aardige opsteker voor de burgemeester; zijn stoep
is in eerste aanleg hiermee schoon. En zo zullen al die autoriteiten en
autoriteitjes hun verschoningen binnenkort bij de hand hebben.
Het verontrustende van dit alles is dat door deze wijze van besturen
ons land geen eindverantwoordelijken kent en dat gezond verstand stelselmatig wordt uitgeschakeld. Gebruik je als bestuurder je gezonde
verstand dan geef je zo'n vergunning niet af ook al wordt aan alle
regeltjes voldaan en zoek je voor zo'n bedrijf een veiliger plek. Kun je er
tijdelijk niet onderuit dan draag je zorg voor een goede informatie aan de
betreffende buurt.
Nu wist niemand iets en kon ook niemand maatregelen treffen om dit
grote leed enigszins te verzachten. De spuitgasten wisten niets en de
buurt wist niets en niemand is voor deze onwetendheid formeel verantwoordelijk. Daarover zal premier Kok het in zijn
herdenkingstoespraak wel niet hebben. De enige autoriteit die deze
zeer voor de hand liggende vraag wel indringend opriep was onze ontstelde Majesteit en wel op de plaats van de ramp oog in oog met de
slachtoffers van dit leed.
Rotterdam
Pim Fortuyn
18 mei 2000
|